Iedere organisatie die met AI of Microsoft Copilot aan de slag gaat, komt op hetzelfde punt:

“Hoe weet je of het werkt?”

We bouwen dashboards.

We meten:

Hoeveel prompts mensen gebruiken Welke apps ze openen Hoe vaak iemand Copilot activeert

En begrijp me niet verkeerd: dat is belangrijk.

Maar het is niet het hele verhaal.

Want data vertelt je wat mensen doen.

Gedrag vertelt je waarom ze het doen — of niet.

De echte winst zit niet in de getallen

Die zit in de kleine signalen die je opvangt als je écht luistert:

Een collega die zegt: “Ik voel me minder overweldigd.” Een teamlead die merkt: “Mensen stellen scherpere vragen.” Een groep die ineens weer tijd heeft om te creëren in plaats van alleen te reageren.

AI-adoptie is geen IT-project. Het is een cultuurverandering. Een shift in vertrouwen, werkgewoontes en focus.

Dus wat moet je dan meten?

Ja, kijk naar data. Maar vooral: kijk naar gedrag.

– Wanneer gebruiken mensen Copilot — en wanneer niet?

– Wat verandert er in samenwerking, besluitvorming en eigenaarschap?

– Durven mensen dingen los te laten?

Dat zijn de signalen die je iets vertellen. Niet alleen over technologie, maar over transformatie.

Mijn advies: bouw je AI-dashboard met twee lagen

– Data: gebruik, frequentie, interactie

– Gedrag: beleving, patronen, veranderbereidheid

Pas dan zie je het hele plaatje.

Pas dan weet je of AI echt iets toevoegt.

En als je dat eenmaal ziet, kun je gaan bouwen.

Op een manier die past bij mensen — niet alleen bij systemen.